De oppervlakte van een mollenterritorium is ongeveer 400m2 en
heeft oppervlakkige en diepe gangen.
Bij de oppervlakkige gangen wordt
de grond meestal iets omhoog gedrukt, bij de diepere gangen wordt de grond
naar boven gewerkt en ontstaan de molshopen.
Per uur kan een mol een gang graven
van 15 meter lang.
Door de vele hopen en gangen worden grasons en tuinen beschadigd,
worden planten losgewroet en kunnen dieren zoals paarden en koeien blessures oplopen.
De woelrat is geen echte rat en woont ver van natuurlijke wateren
in bossen, grasvlakten, akkers en tuinen. Evenals mollen werken de diertjes
de aarde naar buiten, maar de hopen die daardoor ontstaan zijn altijd platter
dan molshopen en meestal vermengd met de eveneens omhooggeworpen plantendelen.
De ratten maken meestal gebruik van het gangenstelsel van mollen, waardoor
ze zonder veel moeite de plantenwortels kunnen bereiken.
Dit is niet prettig
voor tuinliefhebbers vooral in geval van boomkwekerijen en fruitboomgaarden.
Het komt niet zelden voor dat bomen sterven vanwege het hevig aanvreten
van de wortels.
Ze eten ook graan, groente en afgevallen vruchten.
In
de winter eet hij bij voorkeur tulpenbollen. De dieren dragen een knaagdierpest
met zich mee.
Lichaamslengte 13 tot 15cm; staartlengte 2,5
tot 4 cm; gewicht 30 tot 60 gram.
Kleurvariëteiten van pels mogelijk van wit, lichtbruin tot goudkleurig, Normaal zwart.
Haren van de pels vertonen geen groeirichting; dus altijd glad
(t.b.v. verplaatsing van de mol door de gang).
Tastharen bevinden zich op de punt van de staart aan de buitenrand van de graafpoten.
Brede poten met lange, brede nagels; handpalmen zijn naar buiten gericht.
Ontwikkeling van de mol:
Voortplantingsseizoen loopt van maart tot juni.
Draagtijd 3 weken, per worp meestal 3 tot 5 jongen.
Na 6 tot 7 weken gaan de jonge mollen zelfstandig op zoek naar voedsel; na 9 weken worden ze verdreven door de
moeder uit haar gangenstelsel.
Gemiddeld 40% van de jonge mollen overleeft het eerste levensjaar.
De maximale levensduur bedraagt 3 jaar.
Leefwijze van de mol:
De mol leeft solidair in een eigen gangenstelsel.
Oppervlakkige gangen graaft de mol met een snelheid van 12 tot
15 meter per uur, bijvoorkeur in losse, humusrijke
grond waarin ook veel wormen zitten en waar de
grondwaterstand niet te hoog is.
Mollen kunnen behalve goed graven, ook goed zwemmen en klimmen.
De mol kan zich achterwaarts door de gang verplaatsen.
Ze leven van wormen en insectenlarven die in hun gangen
terechtkomen.
Jonge mollen verplaatsen zich bovengronds.
Schade veroorzaakt door de mol:
Molshopen in moestuinen, gazons, sportvelden en ook in pas gezaaide akkers
Woelratten:
U kunt een
e-mailbericht met vragen of opmerkingen over de website richten aan info